| |
BlaufränkischBijz
|
|
|
Rendement: |
Groot |
Bodem: |
Zware bodem met leem en klei, maar past zich aan vele bodemsoorten aan. |
Namen:
|
Lemberger, Kékfrankos(H). |
Herkomst: |
Oostenrijk |
Gebied: |
Burgenland, en midden Europa |
Kleur: |
Diepdonker |
Aroma: |
Kersen en diverse blauwe / rode bessen |
Zuren: |
Duidelijk aanwezig |
Eten: |
Lever, milde kaas en wild |
Risico: |
Laat rijpend/ |
Een druif van potentieel goede kwaliteit die voornamelijk in Oostenrijk en Duitsland (waar hij zowel lemberger of limberger wordt genoemd) voorkomt. Wordt ten onrechte vaak verward mat de Gamay waar de bladeren veel op lijken..
Ook in de staat Washington in de V.S. wordt hij in kleine hoeveelheden verbouwd en daar worden er heerlijke braamachtige rode wijnen van gemaakt.
De beste Oostenrijkse wijnen van deze druif hebben pit, met aroma’s van rode kersen en aalbessen. Het tannine en zuurgehalte is hoog en men laat hem vaak op nieuw eikenhout rijpen, waarbij men moet oppassen om dat niet te lang te doen aangezien het hout dan gaat domineren.
Loopt vroeg uit en rijpt laat. Is dus in koele klimaten in het nadeel.
De wijnstok produceert makkelijk 100ha/hl, maar deze hoeveelheden zijn natuurlijk niet bevorderlijk voor de kwaliteit van de wijn. Een van een lage opbrengst gemaakte wijn is in staat een melange structuur en zuur te geven.
De wijnstok heeft warmte nodig en doet het daarom zeer goed in het oosten van Oostenrijk, het zogenoemde Burgenland. Wijnen hebben een vrfijnde zuurgraad met een aroma van kersen. |
 |
 |
|